Thomas Geenen
Dit schooljaar vroeg onze geschiedenisleraar ons of we enthousiast en klaar waren om aan een project rond mondelinge geschiedenis te werken. We hadden er eerst wel wat twijfels over, maar na een tijdje begonnen we te geloven in het doel van het project. In de klas leerden we dat je aan de hand van 'Oral History' een eigen stukje geschiedenis maakt, door het neerschrijven van de verhalen van anderen.
Professor Marc Vanlangendonck van Expeditions leerde ons de essentiële vaardigheden die we nodig hadden om een waardevol verhaal te produceren over het leven van onze informaten. Deze laatste moest worden gekozen uit onze omgeving, familie- of vriendenkring.

In onze vrije tijd namen we de interviews af en op school verwerkten we deze in een bruikbare tekst. Mijn respondent (mijn grootmoeder) vertelde me over haar schooltijd, haar werk (sinds haar veertiende verjaardag), relatie en vrije tijdsbesteding, wat voor haar soms moeilijk was omdat ze zich niet alle detaisl kon herinneren. Op het einde kwam alles echter goed. Het was een plezier om met mijn grootmoeder te werken. Op die manier leerden we een beetje over haar manier van leven in het verleden en ook over de methodiek van mondelinge geschiedenis.

Mathias Van Gool  

Met onze klas kregen we de kans om samen te werken met een aantal specialisten van Expeditions om de geschiedenis van een aantal lokale mensen uit de regio van Arendonk te achterhalen. De meeste van deze informanten waren grootouders of andere nabije familieleden. Zij ervaarden de geschiedenis vanuit hun eigen standpunt. Wat we bereikten was dan ook geen algemeen overzicht van de laatste 60 jaar, maar een persoonlijk verhaal, dat heel boeiend was voor de mensen die uit dezelfde streek afkomstig waren.

Ikzelf koos mijn grootmoeder als bron, en na een aantal korte interviews werd het duidelijk dat deze vrouw een jeugd had gehad die minstens zo interessant was als de feiten die je in de gewone geschiedenisboeken vindt. Voor ons was het een praktisch en aangrijpend iets om te doen. Je kon de vreugde op haar gezicht zien wanneer ze iemand voor haar had die de tijd nam om te luisteren naar haar verhaal. Het belangrijkste onderwerp was de Tweede Wereldoorlog, een gebeurtenis die ze van dichtbij had meegemaakt.

Dit zal zeker een intrigerend werk zijn voor inwoners van de regio Arendonk.





Stef Vissers  

Bij het begin van het schooljaar vertelde onze leerkracht ons dat we aan een 'Oral History'-project zouden werken, en dat we een informant moeten kiezen uit onze omgeving. Mijn informant is mijn grootvader Maarten Vissers. Hij is 82 jaar en woont in Hoogstraten. Hij vertelde me eerst een aantal dingen over zijn jeugdjaren: zijn speelgoed, hun huis en zijn huishoudelijke taken. Religie was ook een belangrijk aspect van zijn leven.

Daarna vertelde hij me over de Tweede Wereldoorlog en het feit dat hij naar Frankrijk had moeten vluchten voor de Duitsers (1940). Dat was geen plezante tijd, want hij moest altijd op zoek naar een slaapplaats en eten.

Gelukkig stierf zijn broer niet op het slagveld, maar zijn thuisstad was wel gedeeltelijk verwoest door Duitse V-bommen. Ik heb er enorm van genoten om mijn grootvader te interviewen. Hij was een goed verteller en nu heb ik een goede kijk op het leven van 60 jaar geleden. Ik realiseer me ook hoeveel de situatie is veranderd in die tijd en hoeveel luxe we vantegenwoordig hebben.


Studenten

Evi Hendrickx

Mevrouw Van Rompaey was een van mijn informanten gedurende mijn 'Oral History'-project. Zij vertelde me over haar jeugd in Ourodenberg. Wanneer ze gedaan had met haar secundaire school ging ze naar Laken. Een paar jaar later ging ze daar aan de slag als leraar in haar voormalige school. Hierbij kwam ze terecht in de de scholenstrijd tussen de liberalen en socialisten enerzijds en de Katholieken anderzijds.

Free Coeckaerts was mijn andere informant. Hij was een vriend van mijn overleden grootvader. Hij werd geboren tijdens de Eerste Wereldoorlog en zijn ouders moesten uit België wegvluchten. Zo gingen ze eerst naar Nederland, later naar Engeland en dan naar Frankrijk. Toen Free vier jaar was, ontmoette hij de rest van zijn familie pas voor de eerste keer. Terug in Aarschot moest hij dan terug naar school. Toen hij twaalf werd, was het dan tijd om ziijn militaire dienstplicht te vervullen. Free vertelde me ook over de vrijetijdsbestedingen toen. "Cinema Pathe" was de eerste bioscoop in Aarschot, maar heel verschillend van de bioscopen die we vandaag kennen.


Sophie Daems 
Twee jaar geleden nam ik deel aan een project onder leiding van mijn geschiedenisleraar van mijn secundaire school, Marc Vanlangendonck. De opdracht was het schrijven van een paper over het leven van een vriend of familielid, bij voorkeur van een oudere generatie. Ik besliste om mijn grootmoeder, Simone Verpoorten, te interviewen en het verhaal te vertellen van haar leven tijdens de Tweede Wereldoorlog. Als oudste dochter van zeven kinderen heeft zij haar studies moeten opgeven om haar moeder te helpen met het huishouden. Omdat haar vader een "gendarme", en lid van de "Witte Brigade" - zoals men dat noemde - was, moest de familie regelmatig verhuizen en was hun leven steeds in gevaar. Ondanks het feit dat haar belevenissen bijzonder erg lijken, kon ze toch een aantal leuke herinneringen van haar jeugd en haar gedeporteerde vader oprakelen. Het is een voeten-op-de-grond verhaal zonder gepriviligeerde beschrijvingen. Het is het leven van een eenvoudige Belgische vrouw.


Tom Vuerinckx (1985)
Hallo. Ik woon in Sint-Joris-Winge en ben student Moderne Geschiedenis aan de Katholieke Universiteit van Leuven. In mijn zesde jaar secundair gaf onze geschiedenisleraar, Dr. Marc Vanlangendonck, ons de kans om een rol te spelen in een 'Oral History'-project. Het was een boeiende ervaring. Het leverde ons een publicatie op, een publieke speech en zelfs een bezoek aan Koningin Paola van België! Maar de belangrijkste beloning was een bredere kijk op het leven zelf. Het boek is een must voor mensen die zichzelf graag terugvinden in het midden van echte, levende geschiedenis.

"Het jaar is 1940. Oorlog! Jacques Staudt leefde, en leeft nog in Kessel-Lo. Hij was zes jaar oud. Te oud om het niet te beseffen, te jong er mij volledig in te engageren. Oud genoeg om de onaangename gevolgen mee te maken... maar te jong om deze volledig en serieus te begrijpen."

Zo begint de introductie van Jacques Staudt's herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog. Het verhaal loopt als een trein doorheen de oorlog. Terwijl hij stopt aan verschillende stations, deelt hij zijn visie en zijn gevoelens over zijn ervaringen. De droefheid over zijn vader, die in Oostenrijk in de gevangenis werd gezet. Vreugde over vrienden die hij maakte. Horror over het bombardement van Leuven. Opwinding over het verzet. De opluchting bij de terugkeer van zijn vader. Hij probeert niet te focussen op een aspect, zoals politiek of onderwijs, maar schenkt aandacht aan details en het dagelijkse leven tijdens de Tweede Wereldoorlog.


Michael Ilegems

Voor het tweede jaar op rij voert het zesde jaar van het Sint-Clara College van Arendonk een 'Oral History'-project uit: een reconstructie van de geschiedenis van Arendonk en zijn omgeving (Retie, Oud-Turnhout, ...). Doel: ons ervan vergewissen dat we de geschiedenis van onze regio niet kwijtraken.

Wij, alle studenten, moesten een gekende informant tussen de 60 en 80 jaar zoekn, die ons kan vertellen over zijn of haar dagelijks leven zo'n 60 tot 70 jaar geleden. Het resultaa zal een boek zijn waarin 18 persoonlijke verhalen over het leven in deze regio zoals het toen was.

Door het afnemen van interviews en verdere research, moeten we de levende herinneringen van onze informant ophalen. Een uur per week kunnen we dan aan het project werken. We kunnen vragen stellen en krijgen hulp waar nodig. Terwijl we aan dit project werken, leren we om te gaan met herinneringen en teksten op een meer actieve en verantwoordelijke manier.

De gelegenheid om een project als dit te doen, is een ervaring waar we trots op kunnen zijn.

Het project wordt geleid door Lutgarde Govaerts en Walter Pelckmans van het Sint-Claracollege en Sam Janssen en Dr. Marc Vanlangendonck van Expeditions. Voor oktober 2007 zal er een academische zitting plaatsvinden waarop het boek zal worden gepresenteerd aan de pers. Vanaf dan zal iedereen het boek kunnen kopen.


Sarah & Jessica 

Wij, zesdejaars van het Sint-Claracollege te Arendonk, zijn voor de tweede keer gestart met het project ‘Oral History’. Wij zullen ons gedurende dit schooljaar inzetten om een stukje geschiedenis te ontdekken. Dit zullen wij doen door verwante getuigen te interviewen en een persoonlijk levensverhaal te creëren dat later omgezet zal worden tot een publiceerbare tekst.

Wij, 17-jarige studenten, krijgen hiervoor een lesuur per week, begeleid door mevrouw Govaerts. Maar natuurlijk is zelfstandig werk hier onvermijdelijk. Plannen, interviewen, transcriptie schrijven en meermaals herschrijven zoals echte professionelen dat doen horen hier ook bij. Hoewel dit ons eerst een zeer moeilijke en tijdrovende opdracht leek, heeft iedereen zich al zeer goed ingezet en begint ook het doel van dit project ons meer duidelijk te worden.

Tijdens deze lessen worden we ook meer geïnformeerd over het doel van dit project en wordt er wat wegwijs gemaakt in de antropologie. We krijgen ook veel afwisseling in deze lessen. Zo kregen we zelfs een voorsmaak over hoe het is om les te krijgen van een professor. Door dieper te graven in het verleden van onze vorige generaties wordt het verleden als het ware gereconstrueerd. Het eindresultaat van dit project wordt in de vorm van een boek gegoten vol interessante levensverhalen van gewonen mensen uit onze streek. Het boek zal voorgesteld worden op een academische zitting einde 2007 en daarna kan het dan ook aangekocht worden.